september 15, 2009

Effectief communiceren

Ieder levend mens zendt bewust of onbewust bepaalde signalen uit. Zelfs het signaal: ‘Laat me met rust, ik heb geen behoefte aan aandacht of contact’, is al een vorm van communicatie. Het is dus onmogelijk om niet te communiceren.

Communicatie heeft altijd te maken met het uitzenden van een signaal, dat al dan niet door een ontvanger wordt opgepikt. Doelbewust communiceren wil zeggen dat je een bepaald effect met je communicatie beoogt, dat je wilt dat de ontvanger er op een bepaalde manier op reageert.

Kennelijk heb je een boodschap voor de ander, met een bepaalde betekenis, inhoud en bedoeling. Om die boodschap goed over te brengen, zul je er eerst over nadenken hoe je die het beste formuleert, hoe je kunt waarborgen dat het bij de ander over­komt zoals jij het hebt bedoeld.

Daarbij gaat het niet alleen om de boodschap zelf, maar ook om de manier waarop die wordt overgebracht. Daarnaast speelt ook de betrekking of de relatie die je met de ontvanger of publiek hebt, de rol of functie die je voor de ander vervult, en de identiteit of de persoonlijkheid van waaruit je communiceert en hoe da daar tegenaan kijkt, welk beeld of imago hij/zij van jou heeft. Communicatie is dus een complex geheel, en daarom is het geen overbodige luxe om te weten wat werkt, wat effectieve communicatie is, en wat niet.

In dit informatietijdperk wordt er meer gecommuniceerd dan ooit tevoren, en op steeds grotere schaal. De meeste mensen zijn er van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat mee bezig. Per al dan niet mobiele telefoon, al dan niet mobiel internet, steeds meer draadloze communicatie, en gelukkig ook nog persoonlijk, face to face.

Selectieve aandacht

De hedendaagse mens luistert en kijkt heel selectief. Daardoor ontstaat een ande­re gerichtheid: het gaat er niet meer om beschikbare informatie te bemachti­gen, maar om daaruit te kiezen. En het is belangrijk om die keuzeprocessen goed te begrijpen en te doorzien, wanneer  je wilt dat je communicatie goed overkomt.

Zender, ontvanger en effect. Mensen kunnen niet niet communiceren, wordt gezegd. We zen­den via ons lichaam altijd informatie uit die door anderen kan worden opgepikt. In het voor­bij­gaan is dat vluchtige, onwillekeurige informatie, meestal zijn we na korte tijd alweer vergeten wie we op straat tegengekomen zijn; tenzij iemand meer dan gewone indruk op ons heeft ge­maakt – in positieve of negatieve zin. Zoals de straatmuzikant die op de hoek van de straat zijn instru­ment bespeelt en hoopt dat we hem een muntje toewerpen.

Wie communicatie bewust als middel inzet om een gewenst doel te bereiken, gaat echter op een andere manier te werk. Hij formuleert bewust een boodschap, die hij aan iemand – zijn gehoor of publiek – wil overdragen. En vaak gaat het hem dan niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om een gewenste reactie. Zoals een komiek zijn publiek aan het lachen wil maken, de muzi­kant zijn gehoor aangenaam wil vermaken, de toneelspeler en filmster zijn publiek wil boeien en ontroeren. Een populaire artiest stelt zijn inkomsten en bestaan veilig, door een publiek te ver­werven dat hem wil betalen voor zijn humor, zijn muzikale of dramatisch talent. Door een kaartje te kopen voor een optreden of de bioscoop. Van die wisselwerking tussen entertainer en publiek kun je als communicator veel leren.

Als de zender bewust een boodschap uitzendt, kan dit gericht gebeuren naar een willekeurige ontvanger – dan is er veel toeval in het spel, zoals bij de straatmuzikant die zijn spel speelt en verder nog geen idee heeft wie hem vandaag voorbij zal lopen en wie bereid is hem iets toe te bedelen. Tweezijdigheid is belangrijk in de communicatie: een goede communicatie is altijd ge­baat bij terugkoppeling – de mogelijkheid van de ontvanger om feedback te geven naar aanlei­ding van de boodschap. Als een voorbijganger een muntje werpt in de hoed op de grond van de muzikant is dat feedback.

Als dat het doel is van de muzikant, is zijn doel bereikt: met zijn spel hoopte hij te bereiken dat iemand hem daarvoor zou betalen. In dit voorbeeld is het niet belang­rijk uit welk motief de ontvanger handelt, of hij de muziek nu wel of niet mooi vind, handelt in een opwelling omdat hij in een goede bui of in goeden doen is, of misschien met de straatmuzikant te doen heeft…

Het kan ook zijn dat de muzikant als zender iets anders voor ogen heeft. Als de ontvanger blijft staan en luistert en applaudisseert, ontvangt de zender waardering, maar mogelijk geen beloning in geld… sommige mensen zijn vooral op zoek naar applaus, naar erkenning en waardering.

juni 20, 2009

De waarde van intuitie

De verwerving van kennis moet uitsluitend berusten op de twee manieren waarop inzicht tot stand komt: intuïtie en deductie. (René Descartes)

Intuïtie is het vermogen om patronen te ontdekken in schijnbaar chaotische informatie. Dit vindt diep in ons onderbewustzijn plaats. Soms komt er zomaar een oplossing voor een probleem in je hoofd op. Je hersenen registreren alles wat er om je heen gebeurt, classificeren het en bergen het op voor toekomstig gebruik. Als je ineens een heldere ingeving krijgt, dan is dat het werk van je intuïtie.

Dit wordt nu zelfs in de harde zakenwereld belangrijk gevonden. Ondernemers hebben vaak succes omdat ze luisteren naar hun intuïtie: ze hadden een goed gevoel bij een bepaald zakelijk idee, terwijl de hersenen in werkelijkheid geduldig en onderbewust aan het werk waren en gebeurtenissen en ideeën met elkaar in verband brachten, totdat een zakelijk idee een bewuste vorm kreeg.

Het vereist mentale training om de stem van intuïtie met zekerheid te kunnen verstaan. Intuïtie geeft blijk van een puur inzicht in iets of iemand. Echte intuïtie licht dicht bij genialiteit, of een geniale inval. Inzicht is visueel, iets zonder woorden zien, en dan neemt dat zien de plaats in van een betoog of een discussie op basis van argumenten. Intuïtie is: eureka, het zien met absolute zekerheid.

Intuïtie is een vorm van ‘direct weten’, zonder het te kunnen of hoeven beredeneren:

  • de directe perceptie van waarheid, feiten e.d., onafhankelijk van enig redeneerproces
  • een feit, of waarheid die op deze wijze is waargenomen
  • een scherp en snel inzicht
  • het vermogen of eigenschap van een dergelijke snelle perceptie of direct inzicht.

In de filosofie wordt het begrip intuïtie gebruikt als aanduiding van pure, directe kennis die niet uit eerdere kennis kan worden afgeleid (Henri Bergson).

In ‘De macht van de stilte’ schrijft Carlos Castaneda: ‘De mens van weleer wist intuïtief precies wat hij moest doen en hoe hij dat het beste kon doen. Maar, omdat hij dat zo goed deed, begon hij een gevoel van zelfbewustheid te ontwikkelen. Dat gaf hem het gevoel dat de handelingen die hij met de regelmaat van de klok verrichtte voorspelbaar waren en dat hij ze kon plannen.’ Hij suggereert dus dat zelfbewustzijn en weten uit intuïtie voortkomen. Intuïtie is een niet geëxpliciteerde vorm van weten. Je weet iets zonder het logisch te kunnen verklaren, zonder het te kunnen beredeneren.

Intuïtie wordt in de psychologie ook wel omschreven als een vorm van impliciet kennen of waarnemen. Dit in tegenstelling tot het bewuste of expliciete kennen en waarnemen. Mogelijk helpen intuïtieve ingevingen de mens om in complexe situaties toch een juiste beslissing te nemen. Dit komt o.a. omdat er hierbij in mindere mate een beroep wordt gedaan op de beperkte capaciteit van onze hersenen. Intuïtieve ingevingen hoeven echter niet altijd tot de juiste beslissingen te leiden.

Aangeleerd. Intuïtie is er niet vanzelf, maar moet worden gevormd. Anders gezegd: het kan worden opgevat als een vorm van automatische en onbewuste verwerking van informatie die is aangeleerd. Naar dit verschijnsel is vooral in de experimentele psychologie veel onderzoek gedaan. Complexe vaardigheden zoals schaakspelen en alledaagse activiteiten als fietsen, leren lezen en autorijden vragen aanvankelijk veel inspanning en concentratie. Zij ‘vragen’ naar men aanneemt vooral bij onervaren mensen veel hersencapaciteit. Ervaren schaakspelers en automobilisten handelen echter snel en intuïtief, dus zonder er bij na te denken. Zo liet onderzoek van o.a. Chris Chabris zien dat ervaren schakers hebben geleerd groepen te vormen van stukken en zetten, in plaats van alle stukken of zetten stuk voor te overdenken. Veel van dit impliciete gedrag kan door oefening worden aangeleerd. Het bewuste gecontroleerde of expliciete gedrag fungeert daarbij als een voorstadium, of eerste fase waarbij alle individuele stapjes worden doorlopen en uitgeprobeerd. In de tweede fase ’slijt’ dit patroon van denken als het ware geleidelijk in.

Leiders moeten over intuïtie beschikken, die vaak is gebaseerd op fingerspitzengefuhl en jarenlange ervaring. Intuïtie helpt vaak om tot een noodzakelijke doorbraak te komen. Bepaalde denkprocessen dwingen je om je gevoel te verwoorden, en door dat te doen, maken ze je intuïtie vrij en stellen je in staat er controle over te krijgen.

Intuïtie is een referentiekader op basis van kennis en ervaring. Intuïtie wordt soms min of meer gelijk gesteld met ervaring. Iemand die lang genoeg in een branche heeft gewerkt beschikt over voldoende intuïtie. Intuïtie maakt in die zin deel uit van materiedeskundigheid. Intuïtie is weten zonder het rationeel uit te kunnen leggen. In een branche, een werkkring zijn er van die dingen die iedereen ‘weet’.

Een buitenstaander ontbeert de intuïtie van de insiders en mist daardoor geloofwaar­digheid. Gebrek aan geloofwaardigheid bevordert uiteraard niet de erkenning als leider.

Als je geen intuïtie hebt, kan geen enkele methode je helpen. Toch kan het nog steeds zijn dat het niet lukt. Je moet een methode hebben om je intuïtie vrij te maken, te richten en te kritiseren als je tot praktische en simpele oplossingen wilt komen.

Intuïtie moet bewust worden ingezet. Het voorkomt dat je je op basis van (schijnbaar) rationele argumenten op het verkeerde been wordt gezet. Intuïtie behoort tot de meest waardevolle kennis die iemand heeft: de niet geëxpliciteerde kennis.

Soms interpreteren mensen het gebruik maken van intuïtie als iets zweverigs. Dat is een onjuiste voorstelling van zaken en in die zin inderdaad ongewenst. Intuïtie is een waarschuwingslamp. Voor zijn geloofwaardigheid moet een leider zijn intuïtie in begrijpelijke woorden vertalen. Als hij zijn kennis niet expliciteert zal hij niet aan geloofwaardigheid winnen en niet worden gevolgd in de door hem gewenste richting. Zoals De Bono stelt:

Onze intuïtie zouden we als een soort ‘adviseur’ kunnen beschouwen en als zodanig behandelen. (De Bono, E, Zes denkende hoofddeksels, Business Contact, 1999)

Oefening. Vermoedelijk treedt tijdens het leer- of oefenproces ook een verandering op in het patroon van hersenactiviteit. Zo lijkt in de vroege leerfase, dus bij bewuste verwerking van informatie, sprake te zijn van een betrokkenheid van de linker hersenhelft en de prefrontale cortex. Deze gebieden sturen vooral het bewuste ‘nadenkgedrag’ aan. Later, dus bij vorming van meer automatische of onbewuste vormen van gedrag lijkt er een verschuiving in dit patroon op te treden, waarbij de rechter hersenhelft meer activiteit, en de prefrontale hersenen minder activiteit laten zien.

Intuïtie als gevoel

Intuïtie wordt soms ook omschreven als een andere vorm van denken of handelen, waarbij het gevoel mede bepalend is voor het verloop. Dit aspect is vooral door de neuroloog Antonio Damasio benadrukt in zijn somatische-stempelhypothese. In zijn visie is het zo dat bij het nemen van moeilijke beslissingen het gevoel, en de signalen van ons lichaam die door dit gevoel worden opgeroepen, kunnen helpen om de ‘knoop door te hakken’.

Dr. Damasio meent dat gevoelens onontbeerlijk zijn voor rationele beslissingen; ze wijzen ons in de goede richting en pas dan kan zuivere logica het meest van nut zijn. Terwijl de wereld ons vaak voor een onhanteerbare reeks keuzen stelt (Hoe moeten we onze pensioengelden investeren? Met wie moeten we trouwen?), zenden de emotionele lessen die het leven ons geleerd heeft (zoals de herinnering aan een rampzalige investering of het pijnlijke einde van een relatie) signalen uit die onze beslissing stroomlijnen, door vanaf het begin een aantal opties te elimineren en andere te benadrukken. Op deze manier, aldus Dr. Damasio, zijn de emotionele hersenen net zo betrokken bij het redeneren als de denkende hersenen. (Uit: Goleman, D., Emotionele intelligentie, Olympus, 2001.)

‘Ik heb een aantal keren meegemaakt dat ik me heb laten overtuigen door (schijnbaar) rationele argumenten terwijl ik tegelijkertijd voelde (wist?) dat er iets fout zat. Ik heb besluiten genomen die achteraf fout bleken te zijn. Mijn intuïtie kreeg gelijk. Nadat ik dat een aantal keren had meegemaakt heb ik me voorgenomen beter naar mijn intuïtie te luisteren. Wanneer ik nu voel dat er iets fout zit stel ik het besluit (even) uit. Vaak is een nachtje slapen voldoende om te weten wat er mis is. Eén nacht is genoeg, de weg van intuïtie naar weten is niet zo lang blijkbaar.’[1]

Intuïtie en kunst. Intuïtie speelt niet alleen bij het denken of nemen van beslissingen, maar ook bij kunstuitingen een rol. Vaak wordt van kunstenaars gezegd dat zijn bij hun werk, bijvoorbeeld bij het maken van schilderijen, beeldhouwwerken, poëzie en romans, intuïtief te werk gaan. Het blijkt echter dat veel kunstuitingen mede tot stand komen door techniek en verworven vaardigheden.

 


[1] http://www.markensteijn.com/intuitie.htm

juni 18, 2009

Optimaal denken

De denker

De denker

Bestaat er zoiets als optimaal denken?

Wat is optimaal? Het geeft iets aan van niet te veel, maar ook niet te weinig. Niet te optimistisch, niet te pessimistisch, maar realistisch. De feiten boven tafel krijgen, op basis van de juiste criteria. Niet eenzijdig op basis van het eigen gezichtspunt en het eigen belang, niet op basis van wishful thinking. De feiten in kaart brengen en geduldig analyseren. De grote lijn ontdekken, de rode draad van oorzaken en gevolgen. ‘toen dit gebeurde, was dat het resultaat. Hoe zou het resultaat geweest zijn als dit niet gebeurd was? Hoe kwam het dat het toch gebeurde? Wie deed wat en wat was vervolgens de reactie? Wie zijn erbij betrokken? Wie hebben hier invloed op uitgeoefend?’

Schaakpartijen worden vaak stap voor stap genoteerd, om na de wedstrijd de diverse stappen nog eens te kunnen analyseren. Wie maakte waar de eerste fout? Wat zou er gebeurd zijn als jij een andere zet had gedaan, of een ander stuk had ingezet?

Optimaal denken betekent in ieder geval: de juiste vragen stellen. Zoals:

Hoe kan dit beter?

Nadenken over een mogelijke verbetering is goed, maar heeft zijn beperkingen. In ICT-kringen zegt men wel: ‘don’t fix it, if it ain’t broken’. Als iets goed werkt, kun je het beter met rust laten. Een nieuwe versie van een goed werkend programma is niet altijd een verbetering, zeker in termen van gebruiksvriendelijkheid.

Als je je afvraagt of iets verbeterd kan worden, moet daar ergens de behoefte tot verbetering onder liggen. Dan ben je niet tevreden met iets of iemand, maar dat kan ook aan je eigen maatstaven liggen. Leg je de lat te hoog, of is er werkelijk een aanleiding omdat iets of iemand onderpresteert? Ligt het in je macht om er iets aan te verbeteren, of moet je er toch maar genoegen mee nemen?

Verbetering is dus geen doelstelling op zich, hoewel ambitieuze managers nog wel eens die neiging vertonen. Het gaat goed, maar het moet nog beter. We hebben een goed jaar achter de rug, maar we moeten mee met de concurrentie, of we willen onszelf bewijzen, we willen die promotie in de wacht slepen, dus dan gaan we met zijn allen nog maar even in een hogere versnelling. Is dat altijd goed? Het is maar hoe je het bekijkt. ‘Never change a winning team’ is niet zomaar een tegelspreukje.

 Als je vindt dat er een noodzaak is om over verbetering na te denken, dan werkt dit het best als je ontspannen bent. Verbetervoorstellen doen op een moment dat er spanningen of conflicten zijn, zal dit minder goed werken. Laat de storm eerst maar eens uitrazen. Dat gaat op voor zowel je eigen persoonlijkheid, de relaties die je hebt, je werksituatie, kortom voor alle zaken die je bezig houden.

Als er dingen zijn die niet goed lopen, en als dat bij jezelf of bij anderen spanning oproept, zul je eerst de afstand en de ruimte moeten creëren waarin je wel rustig kunt nadenken over wat er mis ging en hoe het beter kan. Jezelf even terugtrekken, zowel fysiek als geestelijk, een soort retraite, je even met andere dingen bezighouden, tot je de rust gevonden hebt om er kalm en objectief naar te kijken. Bij zo’n aanpak kun je vaak mogelijkheden ontdekken die je anders zeker mist, en is het geheel van de ontwikkeling van de persoonlijkheid, relatie, werksituatie veel prettiger en autonomer.

Aan de andere kant kan het zijn dat de zaken op zich best goed gaan en er weinig spanning bestaat. Dan kan je iets wat op zich al mooi en goed gaat nog beter maken. Als er geen druk is om iets snel te regelen, als er geen complicaties zijn die snel moeten worden opgelost, zal het resultaat beter zijn dan in een crisissituatie.

Je observerende blik is veel scherper als je op zoek gaat hoe zaken beter zouden kunnen. Met goed functionerende zaken zul je meer positieve feedback oogsten dan met gewone of matige zaken, en die feedback zal je meer positieve energie teruggeven dan je erin gestopt hebt. De vreugde van een goed resultaat, dat op gepaste wijze beloond wordt!

Normale, menselijke weerstand

Elk mens heeft een aangeboren neiging zich tegen elke vorm van veran­dering te verzetten. Elke verandering brengt namelijk een verstoring van het evenwicht met zich mee en dat is in bepaalde mate bedreigend. Zeker, zoals we al zeiden, wanneer het gaat om veranderingen op psychisch gebied. Ellis vraagt zich zelfs af waarom er eigenlijk nog zoveel mensen zijn die bereid zijn zich te veranderen. Hij neemt aan dat dat komt door het onprettige leven dat ze leiden (lijden). Sommige mensen drinken, roken of spuiten zich dood en ze weten dat. ook. Andere mensen kunnen alleen maar ruzie maken en vechten waardoor ze in een isolement terecht zijn gekomen. Volgens Ellis zegt dit soort mensen tegen zichzelf: ‘Ik zou veel liever niet veranderen, want dat kost me erg veel moeite. Maar ik kan ook niet blijven leven zoals ik nu leef. Laat ik dan maar gaan werken aan een verandering.’ De grondhouding van de mens tegenover veranderin­gen is dan ook volgens Ellis: ‘Bij voorkeur niet, maar als het niet anders kan, dan moet het maar!’

juni 16, 2009

Spiritualiteit is gezond

StilteRegelmatige oefening in spiritualiteit:

  • opent het hart,
  • smelt angst en woede weg,
  • vermindert hebzucht en jaloezie,
  • vermeerdert geluk en vreugde,
  • laat de liefde opbloeien,
  • geeft rust in plaats van onrust,
  • laat de zorg en liefde voor anderen groeien,
  • verdiept je wijsheid,
  • verbetert je geestelijke en lichamelijke gezondheid.

Spirituele oefening beïnvloedt en verandert op de een of andere wijze vrijwel alle aspecten van ons leven. Al duizenden jaren wordt dit door wijze en heilige mannen en vrouwen overal ter wereld bevestigd. Vroeger moesten we dergelijke beweringen op goed geloof aannemen. Maar uit moderne laboratoria blijken veel oude beweringen met nieuwe wetenschappelijke gegevens bewezen te worden, die met name de geestelijke en lichamelijke voordelen van een spirituele levenswijze aantonen, zoals:

  • de ontspannende werking,
  • toename van creativiteit en intelligentie,
  • verbetering van intellectuele prestaties.

Mensen die zich spiritueel ontwikkelen, hebben meer zelfbeheersing en kunnen zich beter ontplooien. Ze zijn gevoeliger, kunnen zich beter in andere mensen inleven en vinden meer bevrediging in hun relaties. Ze gebruiken minder alcohol en drugs en hebben minder problemen op het gebied van seks en agressie.[1]

Spiritualiteit is gezond voor het lichaam

De lichamelijke voordelen zijn ook opvallend. Spirituele oefening kan:

  • spanning verminderen,
  • de bloeddruk en het cholesterolgehalte verlagen,
  • een positieve invloed hebben op slapeloosheid, spierkrampen en kwalen, variërend van migraine tot chronische pijn,
  • en zelfs de effecten van veroudering tegengaan en de levensduur verlengen.

Geloof, hoop en liefde zijn geworteld in de persoonlijke ervaring dat God bestaat. Je beseft dat er meer is tussen hemel en aarde en onderkent ook bij jezelf een verlangen naar dat­gene wat je kleine ‘ik’ overstijgt. Dit leidt tot een gezond gevoel voor eigen betrekkelijkheid. Je realiseert je dat je jezelf zonder dit besef zou overschatten en onmogelijke eisen aan jezelf zou stellen.

We zullen moeten erkennen dat er onzichtbare machten en krachten aan het werk zijn, die op de natuur inwerken, die door de natuurkunde en de biologie begrepen en verklaard zou­den kunnen worden. Maar zoals de grote geleerde Albert Einstein al erkende: hoe meer ik weet, hoe meer ik tot de ontdekking kom, hoe weinig ik nog weet. Die bescheiden opstelling siert hem niet alleen, maar is gewoon juist. We zijn nog niet eens begonnen met het ontra­felen van het mysterie van de onzichtbare kracht die leven schenkt. Deze kracht is overal, in alles en iedereen. We zijn denkende wezens. Maar kunnen we onze geest aan­wijzen? We kunnen naar ons hoofd wijzen, naar onze hersenen, en een logisch betoog houden wat daar dank zij ons zenuwstelsel allemaal gebeurt. Maar wie zorgt dat het gebeurt? Onze geest zelf vertegen­woordigt iets dat we niet met onze zintuigen kunnen bevestigen. Net zoals we de wind wel kunnen voe­len, maar niet kunnen aanraken.

Toegegeven, we zijn heel knap geworden in het verklaren van allerlei verschijnselen in ons­zelf en om ons heen. Van heel dichtbij tot lichtjaren van ons verwijderd. Van onbegrijpelijk klein tot niet te bevatten groot. Van zichtbaar tot onzichtbaar. En we worden steeds knapper, bedenken steeds verfijndere hulp­middelen en instrumenten om de reikwijdte van onze zintuigen uit te breiden. Maar wie zal kunnen vol­houden dat we nu alles weten wat er te weten valt, alles kunnen verklaren wat eens onverklaarbaar leek?

Wat er zich echt in onze geest afspeelt is bovenzintuiglijk, bovenna­tuurlijk, metafysica, spiritualiteit. Wat wij ons ‘ik’ noemen, valt nergens in ons lichaam te lokaliseren. We kunnen wel naar ons lichaam verwijzen: ik ben degene die in dit lichaam woont, ik ben degene die deze zintuigen gebruikt, ik ben de­gene die deze handelingen verricht, enzovoorts. Ik kan mijn naam noemen, mijn leeftijd, waar ik woon, en nog veel meer. Maar weet je nu wie ik echt ben?

Hetzelfde geldt voor intelligentie. We kunnen het omschrijven, maar niet vastpinnen. Het­zelf­de geldt voor elektriciteit. We weten er een handig gebruik van te maken, maar weten nog steeds niet precies wat het is. Uiteindelijk valt alles terug te voeren op het begrip: energie. En dan nog weten we niet precies wat de bron is van deze energie, hoe deze ooit is ontstaan uit niets, en wie of wat daar achterzat. We heb­ben vermoedens en theorieën. Sommige klinken zeer aannemelijk en betrouwbaar. Maar over langere tijd zien we steeds weer dat ze bijge­steld en gecorrigeerd moeten worden, omdat ons voortschrijdend in­zicht heeft aangetoond dat bepaalde beweringen niet langer houdbaar zijn. Veel zaken kunnen we nog steeds maar nauwelijks bevatten.

 


[1] Walsh, blz. 14.

juni 14, 2009

Gezonde relaties verkwikken ons

Foto: Bob Kurt

Foto: Bob Kurt

  

Een oud spreekwoord zegt: waar we mee omgaan, worden we mee besmet. Dat klinkt een beetje nega­tief, maar de bedoeling is duidelijk. Het waarschuwt ons dat we onze echte vrienden met zorg moeten kiezen. Mensen beïnvloeden elkaar; anders zou er geen uitwisseling mogelijk zijn. in de omgang met elkaar maken we afspraken, onderhandelen we, sluiten we compromissen en transacties af. Aan het be­gin van ons leven worden we gevormd en beïnvloed door onze ouders, familie, onderwijzers, klasge­no­ten. Geleidelijk aan leren we onze eigen vrienden te kiezen en gaan we meer letten op wat we zelf nodig denken te hebben. Ouders maken zich nog wel eens zorgen over vrienden die een slechte invloed op hun kinderen zouden hebben. Als ze dat liefdevol en met tact doen, gebaseerd op hun eigen ruimere levens­ervaring, zullen ze hun kinderen weten te overtuigen. Ze zullen dan ook moeten aangeven wat volgens hun dan wel een goede invloed is.

Als we ons openstellen voor elkaar, betekent dat, dat we de invloed van de ander ondergaan. Als de an­der plezierige en positieve voornemens, gedachten, gevoelens in ons weet op te roepen, genieten we daar­van. Als we het goed met elkaar weten te vinden, raken we aan dat goede gevoel gehecht. We gaan onze intenties steeds meer afstemmen op elkaar, en raken met elkaar vergroeid. Maar dat hoeft nog niet te betekenen dat we samen de goede weg zijn ingeslagen, en dat zal uiteindelijk de maatstaf van iedere relatie zijn. Die maatstaf is uiteindelijk een spirituele. Zoals Jezus zei: je kan de hele wereld winnen, maar je ziel verliezen. Een relatie kan goed aanvoelen, maar daarom nog niet gezond zijn. We kunnen het samen enorm naar onze zin hebben, maar plotseling ontdekken dat we aan de rand van een afgrond staan. We kunnen onze ziel en zaligheid verkwanselen. Dus zullen we moeten vaststellen wat gezonde relaties zijn, die ons helpen om onze ware levensbestemming te vinden.

Gezonde relaties verkwikken ons en maken positieve energie in ons vrij. Ze helpen ons om geestelijk en spiritueel te groeien. Ze geven een diepe genegenheid en voldoening. Ze doen ons beseffen dat het leven de moeite waard is, ondanks alle mogelijke zorgen en pijn. Gezonde relaties hebben een weldadige in­vloed, kunnen ons genezen en bevrijden van negatieve ballast. Ze zijn in overeenstemming met de grote, objectieve levenswaarden en waarheden, die door alle eeuwen heen hun waarde bewezen hebben: geloof, hoop en liefde. Zelfvervulling, dienstbaarheid, vrede en tevredenheid. Gezonde relaties geven ons spiri­tuele kracht, waardoor wij bovens onzelf kunnen uitstijgen. Het brengt een staat van ontspannen ver­lichting, waarin wij onze beperkingen overwinnen en volledig mens worden, zoals God heeft bedoeld.

Waarin wij de dingen zuiver zien en begrijpen. Waarin wij weten en overzien waarom alles gebeurt zo­als het gebeurt, en is zoals het is.

Natuurlijk is dit geen constante ervaring, maar een piekervaring. Maar die piekervaringen zullen, in wel­ke vorm dan ook, in alle goede en gezonde relaties voorkomen. Het gebeurt wanneer wij ons diep ver­bon­den weten met elkaar. Wanneer we ons niet meer afgescheiden en op onszelf voelen. Wanneer de grenzen tussen ik en jij vervagen. Dat gebeurt soms in het liefdesspel tussen partners. Maar het kan ook gebeuren op een gebedsbijeenkomst, een bijbelkringavond, een goed gesprek tussen vrienden.

Spirituele energie kan gewone natuurlijke genezingsprocessen soms enorm versnellen, zowel in geestelijk als in lichamelijk opzicht. De bijbel is vol wonderbaarlijke genezingen en ze vinden nog steeds plaats. Niet altijd even spectaculair, maar ze gebeuren. Woorden van lof, dankzegging, maken energie vrij en stralen energie uit. Daarom bidden mensen, en de diepste ervaring is het bidden met elkaar. Positieve gedachten kunnen een verzwakt lichaam nieuwe kracht geven, een angstig hart kalmeren en vertrouwen geven, geschokte zenuwen in evenwicht brengen. In de bijbel gaan wonderen vaak met dankzegging gepaard.

Danken en bedanken is hetzelfde als een compliment geven. We tonen onze waardering voor wat we ge­kregen hebben. In het gebed danken we God voor de goede gaven die we ontvangen. In het bedanken van elkaar, tonen we onze waardering voor elkaar. En het mooiste bedankje wat we elkaar kunnen geven, is een welgemeend compliment en een uiting van onze liefde. Kinderen glunderen van vreugde en blijd­schap als ze een compliment krijgen.

Dankbaarheid maakt nieuwe energie vrij. Hoe dat precies werkt, weet niemand, maar het is een algemene ervaring. Als iemand ons een oprecht compliment geeft of bedankt voor iets wat we hebben gedaan, lijkt onze geest een injectie met nieuwe energie te krijgen. We kikkeren ervan op. Zoals we op kritiek kunnen afknappen en ontmoedigd raken, zo worden we opgepept door een waarderend woord vol lof.

Als we elkaar prijzen en laten weten dat onze inspanningen worden gewaardeerd, stimuleren we elkaar op een niet mis te verstane manier. En juist aan dat soort relaties hebben mensen de meeste behoefte. Als we elkaar geven waar we behoefte aan hebben, zullen we royaal zijn in het geven van onze beste krach­ten, of dit nu vaardigheid, spierkracht, ideeën, medewerking of wat dan ook is.

Ons leven zelf is het grootste wonder: het feit dat we er zijn, op deze aarde, in deze ruimte. Daar mogen we bovenal dankbaar voor zijn. Daar danken we onze schepper voor. En door te danken, ontvangen we nieuwe energie en levenskracht. Door blij te zijn met wat we hebben. Door te genieten van wat we krij­gen. Door ons leven positief te waarderen. Door elkaar positief te waarderen stimuleren we elkaar nog meer. Dat is de grootste waarde van gezonde, positieve relaties. En de gezondste relatie die we kunnen hebben, is een positieve relatie met onze schepper. Als Hij de grondtoon is van onze relaties, zullen we willen leven uit geloof, hoop en liefde. Geloof in het goede, hoop op al het goede dat nog komt, liefde voor al het goede dat ons gegeven wordt.

juni 14, 2009

Wat is volwassenheid?

Wat is volwassenheid? Toetspunten zijn: Hoe gaan we om met hindernissen en conflic­ten? Hoe reageren we op minder aan­gename omstandigheden? Aanpassen kan op vele manieren, bijvoorbeeld door meer afstand te nemen van een on­pret­tige situatie. Mensen die hun omstandigheden niet kunnen relativeren, glijden de emotionele helling af.

Af­stand nemen betekent, dat je je er niet meer zo druk om maakt, dat het je allemaal minder kan schelen. Dat je andere dingen belangrijker gaat vinden.

We hebben tijdens onze opvoeding van alles ingeprent gekregen, dat we ergens in een laatje van ons be­wustzijn hebben opgeslagen. We hebben een innerlijke dialoog, in onze gedachten pra­ten we tegen onszelf, nemen we een standpunt over onze ervaringen in. We leren ons aan te passen aan de wereld om ons heen.

Wat goed werkt om in onze behoeften te voorzien, blijven we gebruiken, wat tot frustratie van onze behoeften leidt sturen we bij of gooien we overboord. We streven naar lustgevoelens en vermijden onlustgevoelens. Naarmate onze vaardigheden, levenserva­ring en wijsheid toeneemt, zijn we steeds beter in staat om te onderscheiden wat plezierig, voordelig, gezond, effectief en het nastreven waard is. We zoeken op wat ons gevoel van welzijn en welvaart be­vordert en keren ons af van alles wat die gevoelens bedreigt. We leren hindernissen te overwinnen en doorzettingsvermogen te ontwikkelen. We leren dat het uitstellen van een bepaalde behoefte kan helpen om later een grotere beloning in ontvangst te kunnen nemen. We leren tijdelijke ongemakken en onge­noegens voor lief te hebben en met zelfbeheersing te ondergaan, om daar in een later stadium de vruch­ten van te plukken. We leren om niet alleen doelen op korte termijn na te streven en te verwezenlijken, maar ook doelen die wat verder weg liggen en een langere adem en inspanning vereisen. Als het goed is leren we kortom om de goede dingen die onze ouders en onderwijzers op ons overdragen, alle nuttige dingen die we van anderen kunnen leren, als volwassenen zelfstandig in ons leven toe te passen en daar profijt van te hebben. En als we zelf kinderen of leerlingen krijgen, proberen we het op dezelfde manie­ren weer aan de volgende generaties door te geven.

juni 14, 2009

De tijd van je leven

De eerste jaren van ons leven werden door anderen gepland. Onze ouders zorgden voor rust, reinheid, regelmaat. Ze gaven ons wat ze dachten dat we nodig hadden. Eten, drinken, kleding, schoenen, speel­goed. Een bed om in te slapen. Een dak boven ons hoofd. Ze werkten voor ons, thuis of buitenshuis, ze probeerden zo goed mogelijk met hun geld om te gaan. Ze betaalden onze rekeningen, en wij vonden dat allemaal heel normaal. We waren kind en genoten van onze jeugd. We probeerden zo plezierig mogelijk te leven in onze eigen kinderwereld. We maakten ons niet druk om de wereld der volwassenen. Zo was het goed, er werd toch wel voor ons gezorgd. Af en toe vroeg iemand wel eens wat we later wilden wor­den. Politieagent, brandweer, ridder, cowboy, soldaat. Dat kon elk moment weer veranderen, afhan­kelijk van onze meest recente inspiratiebron.

Toen gingen we naar school. We leerden lezen, schrijven, rekenen. Daarna geschiedenis en aardrijks­kun­de en hoe de wereld in elkaar zat. We leerden spelenderwijs, met vallen en opstaan. We kregen cijfers voor vlijt en goed gedrag. We leerden ons aanpassen aan onze omgeving, de normen, waarden en ver­wach­tingen van de grote mensen. En stapje voor stapje werden we groot. Wat wil je worden als je groot bent? Dokter, directeur, notaris, burgemeester? Nog steeds wisten we het nog niet zo goed. We werden tieners. We kregen tieneridolen. Popmuzikant of sportheld leek ons ook wel wat. Rijk en beroemd wor­den, bejubeld door een groot publiek. Sommige kinderen wisten al vroeg wat ze wilden worden, andere bleven nog spelen met allerlei aanlokkelijke alternatieven. Wie goed kon leren en het kon betalen, ging naar de universiteit. Anderen gingen al eerder van school af en zochten een baan.

Toen waren we groot en begon het ware leven. Sommigen viel het mee, anderen viel het tegen. Wat kwam er terecht van onze jeugddromen? In hoeverre wisten we onze idealen te verwezenlijken? Waarom lukte het de één wel om te krijgen wat hij of zij wilde, en de ander niet? Ziehier een levensbeschrijving in een notendop.

Een goed levensplan is in de eerste plaats persoonlijk.
Niemand kan jouw leven voor je leiden, dat kun je alleen zelf. Leg eerst een stevig fundament onder je leven. Vaak hebben we het zo druk met allerlei doelstellingen, dat we niet in de gaten hebben, dat we onze tijd verdoen. We laten ons verleiden tot korte termijn oplossingen, zonder na te denken over de grote lijn en of we nog wel op de goede weg zitten.

Verspil geen tijd aan het bouwen van luchtkastelen, maar begin bij de fundering.
Zorg eerst dat je met beide benen op de grond staat, voordat je je hoofd in de wolken stopt. Zoals de bijbel zegt: bouw je huis op een rots, dat stormen en calamiteiten kan doorstaan. Al het werk dat je aan de fundering besteedt, zal je sterker maken en op de lange termijn meer energie en daadkracht opleveren. Neem er dus de tijd voor: vandaag en iedere dag van je leven. Stel vast of je nog op de juiste koers zit, en dat de dingen die je doet nog passen in wat je je voorgenomen hebt te doen.

 

Als je een doel bereikt zonder je daar tevreden of bevredigd over te voelen, heb je de ver­keer­de doelstellingen gekozen. We worden vaak beïnvloed door wat anderen beweren dat goed voor ons is, zodat we niet weten wat we zelf echt willen. Het heeft geen zin om de dromen van iemand anders na te jagen.

Misschien heb je je onbewust laten verleiden door listige reclames, of door één van die hardnekkige mythes die de ronde doen, om je daarna bedrogen, ongelukkig, ontevreden te voelen. Als je iets najaagt waar je alleen maar moe van wordt en dat je uitput in plaats van oppept en nieuwe energie en voldoening geeft, is dat een goede graadmeter dat je verkeerd bezig bent.

Begin je leven te bekrachtigen door alles op te ruimen wat je dwars zit. Het zal blijken dat het de kleine dingen zijn die het doen. Begin in het klein, en werk van klein naar groot. Het grote wordt meestal pas bereikt, nadat de kleinigheden zijn overwonnen. Wie blijft vastzitten in kleinigheden, wie toestaat dat elke mug een olifant wordt, kan niet groot denken, kan niet over hindernissen heenstappen, en verspilt zijn tijd en energie aan onbenulligheden [1].


[1] Vergelijk Miedaner, Coach jezelf naar succes.

juni 14, 2009

Spiritualiteit en levenskunst

Het leven op aarde is te kort om je tijd te verspillen aan onbenulligheden.

Je leeft hooguit hon­derd jaar; voor velen is het (veel) korter. Het leven dwingt ons tot handelen. Als je weigert te handelen, kondig je daarmee je voortijdige dood aan. Leven betekent handelen en handelen betekent leven. Rousseau beschrijft het zo: ‘leven is niet alleen maar ademhalen, het is hande­len, het is gebruik maken van onze organen, zintuigen, vermogens, van al die delen van onszelf die ons het gevoel geven dat we ècht bestaan. De mens die het langste geleefd heeft, is niet de mens die de meeste jaren telt, maar die het meest van het leven genoten heeft. Iemand kan op honderdjarige leeftijd begraven worden, maar eigenlijk vanaf zijn geboorte al dood zijn. Hij zou erbij gewonnen hebben als hij jong gestorven was, dan had hij tenminste tot die tijd geleefd.’

Je leven is geen doelloze droom, maar een heilige werkelijkheid.

Het is van jezelf en het is alles wat je hebt om de eeuwigheid het hoofd mee te kunnen bieden, zegt Thomas Carlyle. En ook voor Longfellow is het leven van grote betekenis. Als we slapen, wordt er door niemand gewerkt of gehandeld. De slaap is net als de dood. Zoals een dood mens niet in staat is om te bewegen, te handelen en te werken, is een mens die slaapt totaal onwetend van wat er zich rondom hem afspeelt. Wat we ook in een droom zien, we zijn hulpeloos en kunnen het niet veranderen en beheersen. Maar het leven is geen droom. In het leven kunnen we zaken en gebeurtenissen in ogenschouw nemen en hen voor een groot deel veranderen, sturen en beteugelen.[1]

Zicht op de eeuwigheid.

Na dit leven zijn er twee mogelijkheden: of je gaat dood en daarmee is alles voorbij en afgelo­pen, of je sterft en daarna volgt er iets nieuws, wat het ook moge zijn. Is het leven op aarde een oefenschool voor wat daarna komt, een oefenschool voor de eeuwig­heid, een training voor de echte wedstrijd, een opwarmronde voordat de echte race begint?

Mensen verlangen ernaar om onsterfelijk te zijn. Waarom? Ook al weten we dat iedereen uit­ein­delijk sterft, toch lijkt de dood altijd weer onnatuurlijk en onrechtvaardig. Op een dag zal je hart ophouden met kloppen. Dat betekent het einde van je lichaam en van je tijd op aarde. Je hoeft niet bang te zijn voor de dood, die hoort bij het leven. Het betekent alleen, dat je niet zo zwaar aan je dagelijkse beslommeringen hoeft te tillen. De dood is een raadgever. In het licht van de dood, aan of op het sterfbed, worden veel dingen onbelangrijk.

Als je leeft in het licht van de eeuwigheid, zal dat invloed hebben op de manier waarop je om­gaat met de mensen om je heen, je levenstaken en omstandigheden. Dan zullen veel activi­tei­ten, doelen en problemen, die eerst heel belangrijk leken, onbelangrijk worden en je aandacht niet meer waard zijn. In het licht van de eeuwigheid veranderen je normen en waarden. Dan ga je wijzer met je tijd en geld om. Je hecht meer waarde aan relaties en karakter, en minder aan roem, rijkdom, prestaties of amusement. Je prioriteiten worden opnieuw gerangschikt. Het bij­houden van trends, mode en populaire zaken en mensen is dan opeens niet meer zo belang­rijk.[2]

Carpe diem, pluk de dag – Memento mori, gedenk te sterven

Als je optimaal gebruik van je leven wilt maken, moet je je blik niet richten op de korte termijn, maar op de eeuwigheid. Kun je geloven dat het leven veel meer inhoudt dan het hier en nu? Stel dat vandaag niet meer is dan het zichtbare topje van de ijsberg. Stel dat er na onze dood een eeuwig huis is. Dat we in de hemel komen en worden herenigd met de mensen van wie we hou­den, die al afscheid van dit aardse leven hebben genomen. Stel je voor dat dit echt waar is. Wie zijn wij dan om dit idee af te wijzen en het risico te lopen om na onze dood voorgoed verloren en uitgewist te zijn?

 


[1] Thomas Carlyle (1795-1881) Schots schrijver en historicus. Zijn werk had grote invloed in het Victori­aan­se tijdperk. Henry Wadsworth Longfellow (1807-1882) was een Amerikaans dichter. Longfellow studeerde in Harvard en werd bibliothecaris. Na een reis door Europa werd hij de eerste hoogleraar in de moderne talen.

[2] Rick Warren, Doelgericht leven, blz. 36-38

Zie ook: Website van Max Mesman